In dit gerecht gebruik je meiraap. Rauw kan meiraap best pittig zijn maar omdat je hem in dit recept bakt, wordt de smaak zachter. Laurier en nootmuskaat brengen dit klassieke Nederlandse gerecht verder op smaak. Omdat je de vis gaat smoren, blijft die lekker zacht en sappig.
Raadpleeg altijd het productetiket voor de meest accurate informatie over ingrediënten en allergenen.
300 gram
Vastkokende aardappelen
1 stuk(s)
Knoflookteen
100 gram
Meiraap
125 gram
Sperziebonen
1 stuk(s)
Laurierblad
1 stuk(s)
Kabeljauwfilet
(Bevat: Vis)
1 stuk(s)
Nootmuskaat
1 el
Olijfolie
1 el
Roomboter
(Bevat: Melk (inclusief lactose))
½ el
Mosterd
naar smaak
Peper en zout
Schil of was de aardappelen (nicola) grondig en snijd in parten. Snijd of pers de knoflook fijn. Verhit de olijfolie in een wok of hapjespan met deksel en bak de aardappelen met de helft van de knoflook 25 - 30 minuten, afgedekt, op middelhoog vuur. Roer regelmatig om, haal na 20 minuten de deksel van de pan en bestrooi met peper en zout.
Schil ondertussen de meiraap en snijd in dunne halve plakken. Snij de kopjes bij de steelaanzet van de sperziebonen.
Smelt de roomboter in een pan met deksel en bak de meiraap met de overige knoflook 1 minuut op laag vuur. Voeg de mosterd, laurier en 50 ml water per persoon toe en roer voorzichtig door. Leg de kabeljauwfilet in de pan op de meiraap, bestrooi met peper, zout en een snufje nootmuskaat en laat 10 – 12 minuten smoren met de deksel op de pan.
Zorg ondertussen dat de sperziebonen tot ongeveer de helft onder water staan in een andere pan met deksel met een snufje zout. Breng afgedekt aan de kook, en laat 10 – 12 minuten zachtjes koken. Giet daarna af, bestrooi met peper en garneer met nootmuskaat.
Verdeel de gesmoorde kabeljauw, meiraap, aardappelen en sperziebonen over de borden. Garneer naar smaak met extra nootmuskaat.